• Het geheim van een goede scheids

  • Sven Wolterink (20) en Joop van der Veeken (71) zijn twee van de tien clubscheidsrechters die met bij Zwaluwen actief zijn. In De Week van de Scheidsrechter zet de KNVB en dus wij ook die 35.000 mannen en vrouwen in het zonnetje die elk weekend zorgen voor een ordelijk verloop van vele wedstrijden. Wat drijft hen, wat zijn de leuke en minder leuke kanten van de sport?

    Zaterdagmiddag half drie voor de Zwaluwenkantine willen Sven en Joop wel even samen op de foto en praten over hun sport. Joop, al meer dan 30 jaar scheidsrechter, is net klaar met het fluiten van een dameswedstrijd. Hoewel hij op zijn leeftijd het tempo niet meer altijd kan bijbenen, is er op het veld weinig dat hem ontgaat. “Door mijn jarenlange ervaring heb ik zoveel spelinzicht, dat ik vooruit kan kijken. Ik kan de wedstrijd lezen en weet vaak al eerder weet waar de bal heen gaat dan de spelers zelf. Dan hoef je niet meer zo hard te lopen.” Joop kwam in 1988 bij de Zwaluwen, toen zijn zoon net 5 was geworden. “Ik ben leider bij de welpjes geweest, trainer en later assistent-scheidsrechter. Hoewel ik pas sinds mijn 52ste officieel scheidsrechter ben, liep ik al jaren daarvoor ‘illegaal’ te fluiten omdat er toen ook al een tekort aan scheidsrechters was.”

    Niet fluiten om het fluiten

    Als voetballer bij HMS heeft Joop zelf op een behoorlijk niveau gevoetbald, in de tweede klasse. Aan een wedstrijd heeft hij, wat hij noemt, zijn oorlogswond - een afgescheurde kruisband - overgehouden. “Een zware blessure waar ik negen jaar mee heb lopen tobben voordat ze erachter kwamen wat het was. Sindsdien draag ik een rekverband om mijn beide knieën, dat geeft een gevoel van bescherming.” Als scheidsrechter houdt Joop niet zo van fluiten om het fluiten. “Als de toss is geweest, zeg ik tegen beide teams dat ik best van een stevige pot houd, maar dat als ik fluit de beslissing wel moet worden geaccepteerd.” Een scheidsrechter kan een wedstrijd maken en breken, zegt Joop altijd. “Ik houd er niet van om bij elk wissewasje naar mijn zak te grijpen en een kaart te trekken.” Maar een beetje schrik aanjagen, doet hij indien nodig wél. Joop trekt glimlachend zijn geheime wapen uit de zak van zijn scheidsrechtersbroekje. “Kijk, mijn zakdoek.” Als een speler bijna te ver gaat, gaat Joop voor hem staan en grijpt demonstratief naar zijn broekzak om vervolgens zijn neus te gaan snuiten. Of naar zijn borstzakje om er een kauwgompje uit te pakken. “Meestal zijn ze daar wel van onder de indruk.”

    Alleen Hollands

    Natuurlijk heeft Joop ook wel eens met verbale agressie op en rond het veld te maken. “Ik heb een hele brede rug en laat het meestal van me afglijden. Maar als ik een team heb met allemaal buitenlandse spelers, zeg ik ze vooraf wel dat ik op het veld alleen maar Hollands wil horen. Als ik word uitgescholden, wil ik het wel kunnen verstaan. Elke keer dat iemand zich daar niet aan houdt, geef ik een vrije trap aan de tegenpartij. Meestal is het dan na drie keer wel afgelopen.” En is het op zondag dan toch wat minder leuk door het ‘gezeur, gezuig en lange napraten’ dan gooit Joop thuis met zijn scheidsrechterstenue ook zijn slechte humeur in de was en gaat hij vissen. Als Joop het spelletje niet zo leuk vond, wil hij maar zeggen, zou hij het niet zo lang volhouden. Aan ophouden denkt hij dan ook nog lang niet. “Nee, mij moeten ze van het veld afdragen. Dit is veel gezonder voor me dan een sportschool. Het geheim van een goede scheids 1 Sven Wolterink (20) is al sinds 2013 scheidsrechter. Eerst bij de F-jes, toen bij de D-tjes en nu fluit hij met enige regelmaat ook al teams tot onder 19. “Fluiten is een bepaalde vorm van leidinggeven en dat vind ik altijd wel leuk.” Een paar jaar geleden heeft hij de opleiding tot verenigingsscheidsrechter gedaan en sindsdien mag hij ook op een groot veld fluiten. Toch beseft Sven dat hij er nog lang niet is. “Op de club word ik gecoacht door Alwie. Hij heeft zelf ook veel gefloten en geeft altijd hele goede tips. Het mooiste compliment dat ik na een wedstrijd kan krijgen is dat ik de minst opvallende figuur van de wedstrijd was. En het mooiste moment van de wedstrijd is als je de voordeelregel hebt toegepast en dat leidde tot een doelpunt. Kortom: veel laten doorvoetballen als het kan, maar ingrijpen als het nodig is. Een beetje zoals Björn Kuipers dat doet, de beste scheidsrechter van Nederland.” Sven’s ambitie is om in de toekomst misschien wel net zo goed te worden als zij. “Maar dan moet ik nog wel veel leren en fitter worden. Mijn sterke punten zijn denk ik dat ik niet alles wil horen wat er tegen me wordt gezegd. Spelers zitten ook in hun emotie en je moet niet voor alles een gele kaart willen trekken.

    Ook in het dagelijks leven

    Maar er kan zeker ook nog veel beter: als je op het veld staat, moet je er ook echt zijn en laten blijken dat je er bent. Door mijn leeftijd mis ik nog wel eens een bepaalde autoriteit. Dat kan er bijvoorbeeld ook mee te maken hoe hard je fluitje klinkt.” Zijn ervaring als scheidsrechter neemt Sven ook in het dagelijks leven mee. “Toen we vorig jaar in MBO-4 in groepjes werkten, merkte ik dat ik vaak de leidersrol op me nam en kon ik beter het overzicht bewaren dan mijn klasgenoten.” Sven hoopt dat de aandacht in de Week van de Scheidsrechter ook de waardering op en langs het veld doet toenemen. “Ouders en trainers kijken veel te veel door de bril van hun kind of speler. Tegen iedereen die kritiek heeft op scheidsrechters zou ik willen zeggen: ga het zelf maar eens doen. Dat respect kan echt wel wat hoger.”